“When someone gets something for nothing, someone else gets nothing for something”

Zoals in onze recente energiemarkt updates is aangegeven, wordt het sterk oplopende prijspeil van elektriciteit en gas gedreven door een aantrekkende vraag (bestedingsinflatie) bij een achterblijvend aanbod (kosteninflatie).

Volgens een aantal economen is inflatie echter vooral een monetair fenomeen en excessieve geldcreatie op termijn altijd inflatoir. Stijgende prijzen zijn dan ook een gevolg van “inflating the money supply”. Ofwel, prices rise when more money is chasing the same amount of goods.

 Waarom inflatie tot voor kort nog niet doorsijpelde in de reële economie komt onder andere door de omloopsnelheid van geld. Deze zogeheten omloopsnelheid is de reciproke van de vraag naar geld en afhankelijk van het vertrouwen in de betreffende valuta. De omloopsnelheid beweegt vrij constant in de tijd, maar is en blijft een wildcard voor centrale banken, want vertrouwen komt te voet en gaat te paard.

De omloopsnelheid speelt een belangrijke rol in één van de weinige wetmatigheden in de economie, de verkeersvergelijking van Fisher: MV = PT. De linkerzijde van de vergelijking wordt het gelddeel genoemd met M als geldhoeveelheid en V als omloopsnelheid. De rechterkant is het goederendeel van de vergelijking met P als prijspeil en T als het aantal transacties. Bij een gelijkblijvende V en T zal een vergroting van het geldaanbod onmiddellijk leiden tot een prijsstijging. Volgens de theorie.

Afgezien van de vraag óf en hóe M en P precies te meten zijn, is de omloopsnelheid van geld door de Great Lockdown sterk gedaald. Hierdoor kon er meer liquiditeit in het systeem worden gepompt, waardoor de balansen van centrale banken wereldwijd in korte tijd opgeblazen zijn als nooit tevoren. Wanneer V bijvoorbeeld is gehalveerd, kan er twee keer zoveel geld in omloop worden gebracht, zonder dat dit meteen resulteert in inflatie van goederen en diensten. En niet alleen Main Street is de begunstigde van deze extra liquiditeit. Ook Wall Street pikt een graantje mee. Banks direct the flow of the currency.

Als de economie vervolgens terugkrabbelt uit recessie, zal de transactievraag naar goederen stijgen, dus ook de omloopsnelheid van geld. Er is door de Federal Reserve Bank in de VS veel gesproken over het terugdraaien van monetaire verruiming (tapering) en zelfs over een renteverhoging op termijn. Maar de geldpersen draaien nog volop. Aangezien de stijging van T de stijging van M en V niet kan compenseren, zal P moeten toenemen. Daarom werd met betrekking tot de koopkrachtdaling van de munteenheid in Venezuela een aantal jaren geleden ook wel gesproken van hyper omloopsnelheid (hypervelocity).

Dit fenomeen in combinatie met de vraag en aanbod dynamiek van de energiemarkt die fysieke beperkingen kent, en een perfecte storm voor de huidige prijsontwikkeling is geboren.

Dit wordt goed geïllustreerd in deze grafiek bij het vergelijken van de gasprijs van de maandforward contract en jaarforward contract vergeleken met de prijseffecten van beide oliecrisissen in 1973 en 1978.