COMCAM
Marktanalyse25 min leestijd

Energiemarkt analyse 30 juli 2025

Kunnen olie en gas het AI-elektriciteitsdilemma oplossen?

“De toekomst van AI wordt niet bepaald door wat er mogelijk is met silicium. Die wordt bepaald door wat er mogelijk is met staal, beton en kilowattuur.” - Joe Brettell

De belofte, risico’s en mogelijkheden van kunstmatige intelligentie (AI) blijven wereldwijd de tijdgeest op cultureel en business vlak bepalen. Toch is de ultieme uitdaging van AI niet technologisch, maar fysiek. Na jaren van ademloze speculatie en voorspellingen verandert het probleem niet: AI heeft meer energie nodig.

De olie- en gasindustrie heeft een vergelijkbare fundamentele uitdaging: een verschuivende productiegrens en ontwikkelend pad naar blijvende groei. Na een decennium van efficiency-gedreven groei, is het tijdperk van eenvoudig te winnen vaten (‘easy barrels’) eindigend. Met een toenemende intensiteit rondom hulpbronnen, een versnellende, wereldwijde volatiliteit en verkrappende economische omstandigheden, staat de industrie onder druk om de volgende waarde-horizon te vinden. Die horizon zou kunnen convergeren met AI.

Grote spelers in energie en technologie zijn in toenemende mate met elkaar verbonden. Ze stellen steeds vaker dezelfde strategische vragen. Hoe kan de infrastructuur worden opgeschaald om exponentiele AI-groei mogelijk te maken? Wie zal de energie ervoor leveren? En hoe kan dit snel gebeuren zonder grotere zorgen met betrekking tot Environmental, Social and Governance (ESG)?

Deze uitdagingen worden een grimmige realiteit. AI’s rekenhonger is niet alleen aan het toenemen, ze explodeert. Diverse recente studies tonen aan dat de elektriciteitsvraag tegen het eind van het decennium fors zal zijn toegenomen. Het veroorzaakt reële uitdagingen voor netbedrijven en hun klanten die reeds kampen met hogere kosten en beperkte of geen beschikbaarheid van elektriciteit door het overvolle stroomnet.

Dat creëert zowel een dilemma als een kans. De tijdslijn om hernieuwbare elektriciteit op schaal te leveren wordt langer. Netcongestie blijft een issue, dus de uitrol zal jaren duren om werkelijk impact te hebben op het aanbod. Aardgas kan een werkbare oplossing bieden voor techbedrijven die AI-mogelijkheden inzetten en energiebedrijven die aandeelhouderwaarde willen behouden gedurende de energietransitie in deze sector.

Met nucleaire en geothermische energie die aan politiek en investeringsmomentum winnen, zal gas waarschijnlijk geen permanente panacee zijn, maar een essentiële overbrugging (‘bridge fuel’) van een toenemende kloof. De convergentie tussen olie, technologie en uiteindelijk nutsbedrijven is niet simpelweg het tactisch in lijn brengen van gemak. In plaats daarvan is er een meer diepe, structurele verschuiving gaande. Energie en computing zijn niet langer parallelle industrieën, maar wederzijds afhankelijke pilaren van moderne innovatie.

Deze situatie vraagt om coördinatie en innovatie, niet om concurrentie. Alleen met een pragmatische samenwerking tussen energie-ontwikkelaars van alle soorten, netbeheerders en relevante gemeenschappen, kan een energiestrategie worden gebouwd. Zo dynamisch als de technologie die het ondersteunt. Uiteindelijk, zoals wel meer paradigma-verschuivende ondernemingen, zal de toekomst van AI niet afhankelijk zijn van wat mogelijk is in silicium. Ze zal worden bepaald door wat geleverd kan worden in staal, beton en kilowatturen.